Wat is de juiste modus van onbegrijpelijkheid en als je die kent kun je dan in razend tempo werk produceren? Is dit werk nu goed omdat het niet te begrijpen is of is het net zo begrijpelijk dat het niet volledig ontspoort? Is het werk geslaagd (goed is ook een morele term) omdat het schijnbaar natuurlijk te vatten is, maar tegelijk net niet? Onbegrijpelijkheid als kwaliteitsargument: in de praktijk staat dat vaak op één. Daar moet wat bij. Het is niet te vatten, tegelijk valt die onbegrijpelijkheid gepast op zijn plaats.
Een dubbele tegel met in het midden een gebroken uitstulping en een tweede zwarte tegel er tegenaan geplakt met een grote zwarte klem. Nu staat deze tegen de wand op de vensterbank, hij moet natuurlijk vrij hangen. Het is een klassiek schilderwerk, geen sculptuur. Het zijn de fouten die het hem doen: door de gebroken uitstulping een mooie lijn naar beneden en midden rechts een prachtige kromme lijnbeweging van een niet perfect vierkante zwarte. Succes door mislukkingen stapelen.
Er is geen touw aan vast te knopen en daar word ik blij van.
De dubbel geclipte is in het echt minder vet dan op de foto. Op de foto dunkt mij een (h)eerlijke onbegrijpelijkheid. Een je ne sais quoi omdat de bovenste zwarte clip meer aandacht opeist dan die onder. Vrij aan de grote lege muur zijn de vragen die dit werk oproept niet expliciet genoeg. Zou een grotere clip boven of een witte clip beneden soelaas bieden? Moet de witte tegel beneden niet worden vervangen door een foto van een (witte) tegel?
Modi van onbegrijpelijkheid: 1 Het zijn de fouten die het hem doen. 2 De vragen die een werk oproept moeten LUID en DUIDELIJK genoeg zijn om begrepen te kunnen worden.
Het bovenste tegelwerk bestaat misschien (zien is geloven; eerst aan de muur hangen) het tweede tegelwerk bestaat (nog) niet.
Modi van (on)begrijpelijkheid
Wat is de juiste modus van onbegrijpelijkheid en als je die kent kun je dan in razend tempo werk produceren? Is dit werk nu goed omdat het niet te begrijpen is of is het net zo begrijpelijk dat het niet volledig ontspoort? Is het werk geslaagd (goed is ook een morele term) omdat het schijnbaar natuurlijk te vatten is, maar tegelijk net niet? Onbegrijpelijkheid als kwaliteitsargument: in de praktijk staat dat vaak op één. Daar moet wat bij. Het is niet te vatten, tegelijk valt die onbegrijpelijkheid gepast op zijn plaats.
Een dubbele tegel met in het midden een gebroken uitstulping en een tweede zwarte tegel er tegenaan geplakt met een grote zwarte klem. Nu staat deze tegen de wand op de vensterbank, hij moet natuurlijk vrij hangen. Het is een klassiek schilderwerk, geen sculptuur. Het zijn de fouten die het hem doen: door de gebroken uitstulping een mooie lijn naar beneden en midden rechts een prachtige kromme lijnbeweging van een niet perfect vierkante zwarte. Succes door mislukkingen stapelen.
Er is geen touw aan vast te knopen en daar word ik blij van.
De dubbel geclipte is in het echt minder vet dan op de foto. Op de foto dunkt mij een (h)eerlijke onbegrijpelijkheid. Een je ne sais quoi omdat de bovenste zwarte clip meer aandacht opeist dan die onder. Vrij aan de grote lege muur zijn de vragen die dit werk oproept niet expliciet genoeg. Zou een grotere clip boven of een witte clip beneden soelaas bieden? Moet de witte tegel beneden niet worden vervangen door een foto van een (witte) tegel?
Modi van onbegrijpelijkheid: 1 Het zijn de fouten die het hem doen. 2 De vragen die een werk oproept moeten LUID en DUIDELIJK genoeg zijn om begrepen te kunnen worden.
Het bovenste tegelwerk bestaat misschien (zien is geloven; eerst aan de muur hangen) het tweede tegelwerk bestaat (nog) niet.